X
Santip Santip Bekijk Santip artikelen
Nivo Nivo Bekijk Nivo artikelen
Vakpublicaties Vakpublicaties Bekijk vakpublicaties
Inschrijven nieuwsbrief Inschrijven nieuwsbrief Inschrijven nieuwsbrief

Niet alleen technisch advies
maar tevens een sparringpartner
en vertrouwenspersoon

BOX 3: HET ROER GAAT OM

NIVO 2026 - 41

Nog maar twee weken na Prinsjesdag komt het kabinet met een brief d.d. 29 september 2026 aan de Tweede Kamer met forse aanvullende belastingplannen. 
Vooral voor Box 3 gaat het roer opnieuw om. Maar ook de DGA met een schuld aan zijn eigen B.V. moet opletten. Zoals u van mij gewend bent, zet ik de belangrijkste wijzigingen voor u op een rij.


Box 3 Vermogenswinstbelasting

Vanaf 2028 moet het nieuwe Box 3-stelsel op basis van het werkelijke rendement worden ingevoerd. In het oorspronkelijke wetsvoorstel zouden daarbij onder meer de jaarlijkse waardestijgingen van aandelen worden belast, ook als deze aandelen nog helemaal niet waren verkocht.

Het kabinet kiest nu voor een andere route. Voor financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties, moet vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting gaan gelden. 
Dat betekent dat de waardestijging in beginsel pas wordt belast op het moment dat de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop. 

Daarmee zou volgens het kabinet ongeveer 90% van het vermogen met waardeontwikkeling in Box 3 onder de vermogenswinstbelasting vallen. 
let op! Voor beleggingen in onder meer crypto en goud/zilver geldt vooralsnog de vermogensaanwasbelasting voor de jaren 2028 en 2029.

Voor de overige vermogensbestanddelen (oa. dus crypto en goud/zilver) moet vanaf 2030 eveneens een vermogenswinstbelasting gaan gelden. Het uiteindelijke doel is dus dat niet langer de jaarlijkse waardestijging, maar de daadwerkelijk gerealiseerde winst wordt belast.

Dit zal dus voor de overheid tot inkomstenderving leiden.

Hoe wordt dit betaald?

Om de inkomstenderving te dekken, worden de volgende aanpassingen voorgesteld:

Box 3

-    Het heffingsvrije vermogen in Box 3 in 2027 wordt fors verlaagd naar € 30.846 per persoon. Vanaf 2028 verdwijnt het heffingsvrije vermogen en komt daarvoor een heffingsvrij resultaat van € 1.000 per persoon in de plaats. 
Bij bijvoorbeeld een rendement van 2% betekent dit dat de eerste € 50.000 aan vermogen feitelijk buiten de heffing blijft.
-    Het forfaitaire rendement gaat in 2027 omhoog. Ook beleggers en bezitters van bijvoorbeeld een tweede woning worden in 2027 extra geraakt. Het forfaitaire rendement voor de zogenoemde overige bezittingen wordt met 1,5 procentpunt verhoogd. Uitgaande van het voor 2027 voorziene percentage van 6,37%, komt dit uit op maar liefst 7,87%. Daarover wordt vervolgens 36% Box 3-belasting geheven. De effectieve belastingdruk bedraagt daarmee circa 2,83% over het belaste vermogen. Uiteraard blijft voor 2027 de mogelijkheid bestaan om een lager werkelijk rendement aan te tonen.
 
Let op! De inkt van de brief d.d. 29 september 2026 was nog niet droog en direct kwam er forse weerstand vanuit de oppositiepartijen en zelfs ook de coalitiepartijen VVD en CDA dat de rekening bij de kleine spaarder wordt neergelegd met het omlaag brengen van de grens van het heffingsvrije vermogen. Minister Heinen heeft tijdens de 2e dag van de Algemene financiële beschouwingen op 1 oktober 2026 aangegeven open te staan voor een andere ondergrens (lees: hogere heffingsvrije vermogen) in box 3 om de kleine spaarder te ontzien. 

Box 2

Tarief omlaag

Opvallend genoeg wordt de DGA op één onderdeel juist tegemoetgekomen.

Het hoge Box 2-tarief van momenteel 31% wordt vanaf 2027 gedurende vier jaar met 1,8 procentpunt verlaagd naar 29,2%. Het lage tarief blijft 24,5%.

Het kabinet hoopt hiermee DGA's te stimuleren om vermogen uit hun B.V. naar privé te halen.

Maar daar staat wel wat tegenover.

Excessief lenen

Sinds 2024 wordt een schuld aan de eigen B.V. boven de € 500.000 in beginsel als fictief regulier voordeel in Box 2 belast. Kwalificerende eigenwoningschulden blijven hiervan uitgezonderd en tellen dus niet mee voor deze grens.

Het kabinet wil deze grens vanaf 2027 ieder jaar met maar liefst € 80.000 verlagen:
2027: € 420.000
2028: € 340.000
2029: € 260.000
2030: € 180.000
2031: € 100.000

Uiteindelijk mag een DGA dus nog maar € 100.000 van zijn eigen B.V. lenen zonder tegen de regeling excessief lenen aan te lopen. Kwalificerende eigenwoningschulden blijven buiten beschouwing.

Voor veel DGA's zal dit betekenen dat de komende jaren moet worden nagedacht over het aflossen van de rekening-courant of het uitkeren van dividend. De tijdelijke verlaging van het hoge Box 2-tarief naar 29,2% is in dat licht natuurlijk geen toeval.

Box 1

Ten slotte zijn ook nog enkele wijzigingen in Box 1 aangekondigd. De grens waarboven het hoogste tarief van 49,5% verschuldigd is, wordt in 2027 verhoogd naar € 80.578. Daar staat tegenover dat de eerder aangekondigde verhoging van de arbeidskorting wordt beperkt. Deze wordt niet met € 173, maar met € 133 verhoogd.

Conclusie

Het zijn forse wijzigingen. Maar voordat u direct uw aandelen verkoopt, dividend uitkeert of uw schuld aan de B.V. gaat aflossen: de voorstellen zijn nog geen wet. Dus handel niet te snel. 

Nu de kleine spaarder wordt ontzien, ligt de uitdaging waar het geld dan (weer) vandaan moet komen? Kortom, ongetwijfeld zal er nog wel een en ander gaan veranderen.  

Daar komt bij dat het kabinet het reeds bij de Eerste Kamer liggende wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 via een novelle wil aanpassen. Het tijdpad is bijzonder ambitieus. Om invoering per 2028 mogelijk te maken, zou deze novelle nog vóór het einde van 2026 door de Eerste Kamer moeten zijn aangenomen.

Wordt dus ongetwijfeld vervolgd!